Cao Metaal en Techniek loonsverhoging: reken je uurtarief al mee?

Op 1 november krijgen je monteurs een eenmalige uitkering van €132 bruto. Op 1 maart 2027 gaat het salaris nog eens zo’n 3% omhoog. De cao Metaal en Techniek loonsverhoging is al maanden definitief, maar de rekening voor werkgevers moet nog grotendeels landen. De vraag is niet óf dit je kostprijs raakt, maar of je uurtarief daar al op is aangepast, of dat je pas bij de jaarafsluiting ontdekt dat elk gewerkt uur je meer kost dan waarop je hebt geprijsd.

Dat is geen hypothetisch risico. Herkenbaar? Je rekent nog met het uurtarief van vorig jaar, en pas als de eindejaarscijfers binnenkomen, zie je dat de marge is weggeslopen.

Monteur krijgt uitleg over de Simple-Simon werkbon app tijdens een praktijktraining in de werkplaats.

Wat de cao Metaal en Techniek loonsverhoging concreet inhoudt

De nieuwe cao loopt van 1 februari 2026 tot begin 2028 en raakt naar schatting 340.000 werknemers in de installatietechniek, metaalbewerking, isolatie en carrosseriebouw. Voor de kostprijs van je werk zijn drie momenten relevant:

  • Je betaalde al per 1 maart 2026 3% meer loon, met terugwerkende kracht verwerkt.
  • Je betaalt per 1 november 2026 een eenmalige bruto-uitkering van €132 per medewerker.
  • Je krijgt er per 1 maart 2027 een structurele verhoging van circa €115 per maand bij, opnieuw zo’n 3%.

Daar komen kleinere wijzigingen bij, zoals een aangepaste regeling voor vervroegd uittreden en het laten vervallen van seniorendagen in ruil voor salaris (bron: installatietotaal.nl, bevestigd door installatie.nl, 13 maart 2026). Op zichzelf zijn dit overzichtelijke percentages. Het probleem is niet de hoogte van de verhoging, maar of hij daadwerkelijk doorwerkt in wat je een klant in rekening brengt.

Monteur voert onderhoud uit aan een industriële machine in een werkplaats.

Waarom de cao-loonsverhoging je marge sneller opeet dan je denkt

Een uurtarief is meestal geen los getal dat iemand ooit heeft bedacht, het is een optelsom van loonkosten, overhead en marge. Verschuift een van die onderdelen, dan verschuift de uitkomst mee, alleen zie je dat vaak pas terug bij de nacalculatie. En dan is het al te laat om nog iets aan die specifieke klus te doen.

Het wordt nog lastiger zodra er verschillende tarieven binnen één werkbon zitten. Uit een recent klantgesprek over uurtarief-automatisering bleek een herkenbaar patroon: standaardwerk gaat tegen het normale tarief, maar avond- of overuren tegen 125%. Veel bedrijven registreren in de praktijk maar één standaardtarief, waardoor iemand op kantoor achteraf handmatig moet corrigeren welke uren tegen een hoger tarief gefactureerd hadden moeten worden. Dat is foutgevoelig, kost tijd, en bij drukte in de avonduren (denk aan storingsdiensten) gaat dit precies om de uren die na een cao-verhoging het hardst duurder worden.

Een eenvoudig rekenvoorbeeld ter illustratie: bij een team van twee monteurs waarvan 15% van de uren tegen het 125%-tarief wordt gewerkt, tikt een gemiste correctie van €2 per uur al snel op tot enkele honderden euro’s marge per maand, alleen op dat ene team. Reken dat door over een heel jaar en over je hele buitendienst, en de cao-verhoging is opeens geen achtergrondnieuws meer maar een directe streep door je begroting.

Monteur registreert gewerkte uren en werkzaamheden in de Simple-Simon werkbon app op een smartphone.

Hoe je nu al grip krijgt op je kostprijs

De oplossing zit niet in harder rekenen, maar in beter registreren. Drie dingen die je nu al kunt doen, ruim vóór 1 november:

Weet exact hoeveel uur, tegen welk tarief, is gewerkt. Met urenregistratie rechtstreeks vanuit de werkbon leg je vast wie wanneer heeft gewerkt, zonder dat een monteur zelf hoeft te kiezen tussen een regulier of een toeslagtarief. Die keuze hoort in de administratie thuis, niet op de vloer om 20:00 uur.

Zie materiaalkosten los van arbeidskosten. Een cao-verhoging raakt alleen de loonkant van je kostprijs, maar als materiaal en uren door elkaar lopen in je administratie, wordt het lastig om precies te zien welk deel van een tegenvallende marge door hogere lonen komt en welk deel door iets anders. Materiaalverbruik los registreren maakt dat onderscheid meteen zichtbaar.

Check per periode of je tarief nog klopt. In plaats van te wachten op de jaarafsluiting, geven rapportages per klant, project of periode je eerder een signaal als de werkelijke kostprijs uit de pas begint te lopen met wat je factureert. Dat is het verschil tussen bijsturen in maart en verrast worden in december.

Klant van Simple-Simon die de kantoormodule gebruikt

Van losse correcties naar één kloppend systeem

Wat in het genoemde klantgesprek naar voren kwam, is precies waar veel installatie- en servicebedrijven tegenaan lopen: de werkbon-app registreert prima wie waar heeft gewerkt, maar de vertaling naar het juiste tarief in de boekhouding gebeurt nog handmatig. Simple-Simon koppelt met meer dan 80 boekhoud- en ERP-pakketten, zodat geregistreerde uren en materialen zonder tussenstap correct in je financiële systeem belanden, tegen het tarief dat erbij hoort. Geen jaarcontract, geen ingewikkeld implementatietraject: binnen een dag operationeel, en je betaalt alleen voor wat je gebruikt.

Een cao-verhoging kun je niet tegenhouden. Of hij ook je marge aantast, is wél iets waar je zelf grip op hebt, mits je registratie het toelaat.

Monteur voert onderhoud uit aan een elektrische schuifpoort.

Veelgestelde vragen

Wat betekent de cao Metaal en Techniek loonsverhoging voor mijn uurtarief?

De cao zelf schrijft niets voor over het tarief dat je aan klanten rekent, wel over wat je aan salaris betaalt. Stijgt de loonkost per medewerker met de vastgestelde 3%-stappen (1 maart 2026 en 1 maart 2027) en de eenmalige uitkering op 1 november 2026, dan stijgt in de regel ook je kostprijs per gewerkt uur. Of dat ook in je uurtarief aan klanten terugkomt, is een keuze die je zelf maakt op basis van je actuele kostprijsberekening.

Hoe bereken ik mijn uurtarief als installatiebedrijf opnieuw?

Begin bij de werkelijke loonkosten per medewerker (inclusief werkgeverslasten en toeslagen zoals het 125%-overurentarief), tel overhead en gewenste marge erbij op, en deel door de daadwerkelijk factureerbare uren. Nauwkeurige urenregistratie per werkbon is daarbij de basis: zonder betrouwbare brondata blijft een nieuw uurtarief een schatting.