Vijf plekken waar je uren onzichtbaar worden
Uit de implementatiegesprekken van de afgelopen weken kwamen steeds dezelfde vijf knelpunten naar boven.
Je noteert uren op papier en typt ze later over.
Elke overtypslag is een kans op een fout en een moment waarop niemand meer precies weet of het cijfer klopt. Tegen de tijd dat de uren in het systeem staan, kan niemand meer navertellen of de 6 uur op de bon nu inclusief reistijd was of niet.
Je splitst werktijd, reistijd en pauzes niet.
Als alles onder één post “gewerkte uren” valt, kun je nooit zien of de winstmarge op een job daalt door de klus zelf of door de rit ernaartoe. Dat onderscheid is precies waar je op moet sturen als je capaciteit wilt vrijmaken.
Je koppelt uren niet automatisch aan het juiste project of de juiste klant.
Een monteur die op één dag drie klussen doet, moet dan zelf onthouden welk uur bij welke klant hoort. Bij drukte gaat dat mis, en dan factureer je te weinig of moet je achteraf gaan puzzelen.
Je controleert uren pas aan het einde van de maand.
Dan is de kans dat iemand zich nog een foutje van drie weken geleden herinnert vrijwel nul. Fouten die je per werkbon direct had kunnen corrigeren, blijven onopgemerkt tot de rapportage er is, en dan is het te laat om iets te doen.
Je stuurt uren los van de werkbon naar de boekhouding.
Twee aparte stromen betekent twee keer kans op een afwijking, en een boekhouder die moet puzzelen welke uren bij welke bon horen voor hij kan factureren.
Geen van deze vijf gaat over discipline van je monteurs. Ze gaan allemaal over een systeem dat uren op de verkeerde plek laat ontstaan.